Workshop Emotie-panorama

Het emotie-panorama is een uniek middel, dat is ontwikkeld door Drijfveerkracht, om de emotionele beleving van een gesprekspartner op eenvoudige wijze in beeld te brengen. Je hebt in principe geen voorervaring nodig in psychologie of coaching om met dit panorama te werken.

De gesprekspartner kiest eenvoudigweg de emoties die hij of zij herkent en plaats ze vervolgens op een werkmat. Je leert in deze workshop hoe je met het panorama kan werken en hoe je het panorama vervolgens kunt lezen / analyseren.

In deze workshop van één dag maken we een reis door de verschillende emoties: wat ze precies betekenen en voor je doen. Vervolgens ga je aan het werk met jouw eigen panorama en kan je het panorama van een andere deelnemer begeleiden.

Bij deze workshop ontvang je het emotie-panorama t.w.v. €49,95 gratis!

Het panorama is los verkrijgbaar in de shop.

 

Alleen op de zolder brandt licht

Stel je een huis voor bij jou in de straat. En elke keer dat je langs dat huis rijdt zie je dat er alleen op zolder licht brandt. Wat zou je daar van vinden?

Wanneer ze tegenover mij plaatsneemt voor een intake valt mij meteen wat op. Het is subtiel en het zit in haar woordkeuze. Ze gebruikt woorden zoals overdenken, analyseren, begrijpen, inzicht. En mensen die bij mij de NLP-opleidingen volgen weten dan: ze is auditief digitaal. Haar brein draait overuren en is alle mogelijke scenario’s aan het bedenken wat zou kunnen gebeuren, met als resultaat dat ze niets anders meer doet dan denken.

Ze is niet de enige, ik kom er zovelen tegen en was er zelf ook eentje. Het denken voert de boventoon en mensen die auditief digitaal zijn hebben een hele sterke innerlijke dialoog. Ik weet dat ik totaal verbluft was toen ik voor het eerst in mijn eigen opleiding bij de NLP Academie werd geconfronteerd met dit begrip. Zijn er dan ook mensen die niet tegen zichzelf praten????? Wat is het dan rustig in je hoofd zeg. Hoe zou dat werken?

Jaren later ben ik nu in staat om soms ook alleen te voelen, mijn hoofd is dan leeg. Zalig! Gewoon in bad zonder iets te overdenken, kickboksen terwijl ik mezelf helemaal vergeet of wandelen met muziek in mijn oren. Maar degene die tegenover me zit is daar nog helemaal niet. Haar intelligentie heeft een hoofdmens van haar gemaakt, met als gevolg dat ze nu vastloopt. Mensen gaan over haar grenzen, emoties zijn ingewikkeld en zorgen voor nog meer denken en een burn-out legt een dikke grip op haar, omklemd haar als een kind met verlatingsangst.

Ze vertelt over iets wat ze niet leuk vond in het verleden. ‘Hoe voel je je daarbij dan?’, vraag ik. ‘Ja heel boos!’, zegt ze. En ik…. voel helemaal niets…zit hier iemand tegenover me die boos is? Ze kan net zo goed vertellen over boodschappen die ze bij de supermarkt aan het doen is. Er is een soort klinische leegte, die blijft wanneer ik dieper met haar op de situatie in ga. Hoe weet de ander dan eigenlijk dat je boos was? Nou dat heb ik gezegd. Ja en toen? Toen niets, die ander deed er verder niets mee. En jij, wat deed jij? Ja ook niets, wat kan ik dan doen! En daar zit de bevriezing.

Aan ons samen de taak om haar zover te krijgen dat ze haar gevoel weer toe laat en begrijpt wat de boodschap van dat gevoel is. Het zijn belangenbehartigers die je laten weten of je op de juiste plek bent, geen vieze dingen die snel weggestopt moeten worden. Ze krijgt van mij de opdracht om met smileys bij te houden hoe ze zich voelt: fysiek, mentaal en emotioneel. En methodisch als ze is komt ze met een prachtig overzicht van smileys. (zie foto)

Wat nog mooier is dat ze begint te voelen. Ze is het huis waar nu niet alleen licht op de zolder brandt. Voorzichtig worden de deuren naar de andere kamers op de lagere verdiepingen geopend. Er ligt wat stof en er komen wat monsters uit de kast, maar die gaat ze aan. Na verloop van tijd zijn de kamers weer fris en uitnodigend. Ze voelt haar weg door de kluwen van emoties en komt in beweging. Gaat gesprekken aan die ze eerst niet durfde te voeren.

Ik kijk er naar uit om over een tijdje door haar straat te rijden en een heel mooi gezellig, toegankelijk huisje te treffen: verlicht van de zolder tot aan de kelder. Bij de voordeur ligt een mat: WELKOM.

Mensen zijn als boeken

Ik raak in de sauna in gesprek met een dame van middelbare leeftijd. We hebben het over de weldaad van de sauna. Ze vertelt over haar gezondheidsklachten die zich met name aan de linkerkant van haar lichaam manifesteren. Op dat moment gaat mijn ‘innnerlijke coach’ op aan. Ik ben daar om te ontspannen, maar ik kan me niet onttrekken aan het gevoel dat ik moet doorvragen. 

Laatst las ik een boek van een Duitse internist die stelde dat wanneer klachten zich aan de linkerkant van het lichaam tonen (bij rechtshandige mensen, bij linkshandig is het andersom) dat dit kan duiden op problemen met de moeder. Rechtstreeks als ik ben vraag ik haar of ze misschien een verstoorde relatie met haar moeder heeft. Ze kijkt me even wat vreemd aan, maar antwoord bevestigend. Ik zal de rest van het gesprek hier niet delen, maar de relatie met haar moeder was op zijn zachts gezegd erg slecht. Ze heeft nog steeds veel verdriet. Verdriet dat niet meer opgelost kan worden, leed dat niet meer verzacht kan worden, pijn die niet meer uitgesproken wordt. Het is letterlijk in haar lichaam geslagen. 

Later spreek ik met een jonge jongen. Het is een algemeen gesprek over zijn werk. Hij gaat een sigaret aansteken en stopt. Houdt de sigaret in zijn hand en begint met de aansteker steeds het topje aan te steken, zonder dat hij de sigaret in zijn mond doet. Ik herken een ritueel. Het doet me aan verslaving denken. Maar om zomaar iemand te vragen of hij verslaafd is….dat gaat zelfs voor mij een brug te ver. Hij blijft het herhalen en ik krijg het niet meer van mijn netvlies en uit mijn hoofd. Het is alsof al mijn aandacht er naar toe wordt getrokken. “Ben je toevallig een blower?”, vraag ik voorzichtig. (Ik dacht, laat ik de meest milde en sociaal acceptabele vorm van verslaving nemen). Nee zegt hij, maar ik ben net drie weken uit een kliniek vanwege een verslaving aan speed. Ook hier zal ik de rest van het gesprek niet verder beschrijven, maar weer zat ik meteen goed.

Mensen lezen, oprechte interesse hebben en dan rechtstreeks naar de pijn gaan. Het is inmiddels een tweede natuur van mij geworden. Ik merk dat, wanneer mensen in de NLP opleiding zich realiseren wat ik doe en kan, er ook een stukje angst of zelfs ontzag komt bij de ander. Dat is overigens het laatste wat ik wil, ik heb het niet zo op een voetstuk. Sterker nog, vanaf een voetstuk kan ik mijn werk niet doen. Laagdrempeligheid is belangrijk. 

Ik ben momenteel in een proces waarin ik meer van mezelf wil laten zien. Iemand zei een jaar geleden: jouw blogs zijn interessant, maar ik mis jou. Dus vandaar dit heel persoonlijke stuk. Hopelijk niet om jullie verder van mij af te zetten, maar om mijn oprechte intentie over te brengen. Ik zet dit alleen in om mensen te helpen, want dat is mijn pad en missie. En het contact wat je er mee legt met wildvreemden is zo bijzonder en ook voor mijzelf helend. 

De ambivert

De meeste mensen kennen het verschil tussen introvert en extravert wel zo ongeveer. Een introvert is een stil iemand en de extravert legt makkelijk contact, toch? Fout! Ergens zijn we gaan denken dat extravert zijn gelijk staat met sociaal zijn en dat introverte gewoon van die sociaal onhandige mensen zijn. En om de zaken nog wat complexer te maken (maar wel meer inzichtelijk) is er nog een term die op een groot aantal mensen toepasbaar is: de ambivert. Als je dit van jezelf snapt dan word je veel gelukkiger. Dus neem even de tijd om te lezen wat bij je past.

Extravert
Jouw energie is naar buiten gericht. Je houdt van het contact met anderen. Als er feestjes zijn, dan blijf je graag tot het laatste moment. Je kan echt genieten van leuke gesprekken en het ontmoeten van nieuwe mensen. Natuurlijk kan ook jij verlegen zijn en sta je misschien niet meteen op een podium, maar je voelt je goed op je gemak in groepen. Ook heb je weinig moeite om over jezelf te praten. Misschien laat je niet meteen het achterste van jouw tong zien, maar in een gesprek met jou zijn er altijd meerdere onderwerpen die elkaar afwisselen.

Introvert
Jouw energie is naar binnen gericht. Je hebt een diepe emotionele belevingswereld, maar zet die niet altijd om in woorden of communicatie. Graag observeer je mensen ook wel van een afstandje en houd je van diepgaande gesprekken. Het liefst één op één, want grote groepen mensen kan je wel aan maar heeft niet jouw voorkeur. Je gaat misschien ook wel graag naar een feestje, maar hebt daarna tijd alleen nodig om even op te laden. Het kan zijn dat je merkt dat je sowieso wat meer tijd alleen nodig hebt om op te laden. De prikkels die anderen afgeven die doen wat met jou en bij tijd en wijlen scherm je jezelf daarvoor af.

De geleidende schaal
Herken je jezelf misschien in een van de omschrijvingen of misschien wel een beetje in beide? Dat komt omdat het niet of / of is. Het kan zijn dat je bijvoorbeeld 70% extravert bent en 30% introvert. Het is niet het een of het ander. En dat is waar de meeste mensen verward raken, ik had dat ook. Wanneer jouw extraverte kant naar voren komt dan ga je er zelf vanuit (en anderen waarschijnlijk ook) dat je precies zo bent. Maar misschien heb je ook wel eens geen zin in anderen. Ben je dan ineens niet meer extravert?

Ambivert
De ambivert is een type die ongeveer 50% extravert is en 50% introvert. Deze mensen wisselen in hun energie level naar buiten en binnen. Dat kan bijvoorbeeld aan de context liggen: op een feestje, op je werk, bij je familie ben je net weer anders dan op een andere plek. De sociale aard van de ambivert zorgt er voor dat mensen denken dat ze ‘chagerijnig’ of ‘onsociaal’ zijn wanneer de introverte kant meer aanwezig is. Dat is dus niet waar, je hebt alleen af en toe ook tijd alleen nodig. Heeft niets met anderen te maken.

Ik heb mijn leven lang geworsteld met dit stuk. Ik ben sociaal, durf zelfs voor grote groepen te spreken en vind contact met mensen oprecht leuk. Aan de andere kant ben ik het wel eens goed zat en vind ik het heerlijk om mezelf af te sluiten en bijvoorbeeld een goed boek te lezen in plaats van uit te gaan. Nu ik ook aan die behoefte tegemoet kom merk ik dat mijn energiebalans veel beter is. Misschien werkt het ook voor jou? Doe in ieder geval vooral wat bij je past en niet dat wat je denkt dat anderen van je verwachten.

Ik denk dat ik voel

Kan je mij vertellen wat je voelt? Vaak kijkt de cliënt me dan wat vertwijfeld aan. Ze zijn bij mij gekomen om ze te helpen. Iets loopt niet lekker in hun leven. Vaak worden ze met tijden overrompeld door gevoelens die ze niet kunnen plaatsen. De emoties lopen als een olievlek door elkaar heen. Mensen die niet weten hoe ze met emoties om moeten gaan, dit zijn een aantal voorbeelden:

Ik ben niet zo goed in voelen
De man met wie ik aan het werk ben kijkt me onzeker aan en zegt dat hij niet goed is in voelen. Er straalt een zachtheid uit zijn blik die me iets heel anders doet vermoeden. ‘Volgens mij ben jij juist heel goed in voelen.’, zeg ik tegen hem. Een verlegen glimlach breekt door zijn gedistingeerde trekken.

Ik voel helemaal niets
Tegenover mij zit een vrouw die last heeft van haar emoties. Ze overvallen haar bij tijd en wijlen ineens. Vooral als ze rust neemt. ‘En kan je het nu voelen?’, vraag ik. Ze kijkt alsof ik haar vraag om bedorven eten naar binnen te werken. Ze doet echt haar best, maar het lijkt niet te lukken. ‘Misschien moet je gewoon heel erg je best doen om wat te voelen als je er weer last van hebt?’, stel ik voor. ‘Was het maar zo makkelijk.’, verzucht ze.

Ik weet niet wat ik er mee moet
Ik ben niet zo van die vrouwendingen zegt de man met wie ik een gesprek heb. Gevoelens en zo, dat is niet zo mijn ding. ‘Ik geloof je niet.’, zeg ik om hem uit zijn schulp te lokken. ‘Je voelt wel degelijk, alleen weet je niet hoe je daar verder mee om moet gaan. Daarom zwijg je alleen maar.’ Er breekt een jongensachtige grijns door, waardoor ik weet dat ik raak heb geschoten. Dit is een mooi voorbeeld van waarom vrowen vaak denken dat mannen geen gevoel hebben. Maar de manier waarop hij bevriest, als iets ingewikkeld wordt, is juist in gang gezet door een emotie.

Ik ben te gevoelig
Sommige vrouwen hebben moeite met hun gevoeligheid. Ze zien het als een zwakte. De vrouw die bij mij is gekomen is boos op zichzelf. ‘Ik voel me zo’n slappeling’, zegt ze teleurgesteld. ‘Ik wou dat ik kon zijn zoals anderen, zelfverzekerd, net zoals jij.’ Ik kijk haar meewarig aan, te meer omdat ik weet (ook uit eigen ervaring) dat het altijd lijkt alsof anderen het allemaal op orde hebben maar dat dit helemaal niet waar is.

Ik weet niet wat ik voel
Ik vraag mijn cliënten ook wel eens om een rapportcijfer aan het gevoel te geven, om zo duidelijk te krijgen hoe intens ze het voelen. De ene cliënt begint te twijfelen uhm…..een 6, nee een 7…of een 6,5 vraagt ze aan mij? Aan mij? Een ander zegt met droge ogen een 9 terwijl ik helemaal niets van de emotie bespeur. Hoe oprecht deze cliënten ook zijn, ik weet dat ze niet goed in contact zijn met hun innerlijke waarneming.

De natuur heeft ons voorzien van twee hersenhelften, de een gericht op ratio/logica en de ander op emoties/creativiteit. Als de natuur ons dit heeft gegeven, waarom willen we dan zo graag maar op één daarvan leunen? Je emoties niet toelaten en leunen op het ratio is als lopen met één been. Je komt waarschijnlijk heel moeilijk vooruit.

Pas wanneer je in staat bent de emotie toe te laten, precies zoals die is, kan deze worden opgelost. Het is niet verzet, maar overgave dat er voor zorgt dat je weer in balans komt.

De kunst van het fouten maken

Fouten maken, daar houden we niet van. Van jongs af aan worden we geprogrammeerd om fouten te voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer een docent jouw schoolwerk nakeek. Waarschijnlijk werd er met een rode pen strepen gezet en stond er bij hoeveel fout je had. Maar ook in het volwassen leven gaat de aandacht vaak uit naar wat er nog niet goed gaat, bijvoorbeeld in gesprekken op werk.

Er zijn verschillende manieren waarop mensen omgaan met fouten:

  • Ontkennen: deze mensen gaan het liefst gewoon door met het leven en willen zo kort mogelijk of niet stilstaan bij de emoties die vrijkomen wanneer je iets fout hebt gedaan: angst, schaamte, verdriet. Ze focussen zich (te) snel op andere dingen. Of ze doen echt net alsof er niets is gebeurd.
  • Vermijden: deze mensen gaan het liefst situaties uit de weg, waarvan ze weten dat ze fouten kunnen maken.
  • Onderdrukken: de emoties die vrijkomen worden door deze mensen het liefst meteen onderdrukt. Ze drukken deze bewust weg, net zolang tot ze zich ook niet meer bewust zijn van deze emoties. 
  • Koesteren: anderen koesteren juist hun slachtofferrol en spreken over hun fouten alsof ze een onderdeel van henzelf zijn. ‘Ik kan er niets aan doen, ik ben  nou eenmaal zo. Mijn verleden, mijn opvoeding of nare omstandigheden hebben mij zo gemaakt.’
We zijn soms vergeten dat we juist leren van fouten. Dat het maken van fouten onszelf niet meteen fout maakt. We verliezen de flexibliteit waarmee we met fouten om kunnen gaan. Deze flexibiliteit hebben we als kind allemaal meegekregen. Ooit een peuter gezien die zichzelf waardeloos vond, omdat het kruipen niet lukte? Ooit een kind gezien dat liever niet leert lopen, omdat het een keer gevallen is? Ergens hebben we de overtuiging opgedaan dat wanneer we een fout maken, we niet goed genoeg zijn en dat we daardoor de verbinding met anderen zullen verliezen. 
Het lijkt je misschien veilig te houden door op bovenstaande manier met fouten om te gaan, maar het houdt je ook tegen om nieuwe dingen te leren en plezier te hebben in het leven. Je kan hierin zo ver gaan dat je perfectionistisch wordt, de hele dag alleen nog maar bezig met de maatstaf van anderen en daaraan willen voldoen. Dit kost energie en maakt je wereld heel klein.
Daarom wil ik je oproepen om jezelf te oefenen in de kunst van het fouten maken. Het gaat er niet om hoe je valt, het gaat er om hoe je opstaat:
  1. Omdat je een fout hebt gemaakt, ben je niet fout. 
  2. Zie de fout als een leerervaring: als ik de volgende keer in dezelfde situatie kom, wat zou ik dan anders doen?
  3. Wees zacht voor je lerende zelf: behandel jezelf als een kind dat iets nog niet helemaal kan. Die zeik je toch ook niet af?
  4. Bepaal voor jezelf wat jouw maatstaf voor succes is en laat dit niet (alleen) door anderen bepalen.
  5. Kijk naar anderen die het al goed kunnen, wat doen zij anders?
Probeer het maar eens uit, je leven zal zoveel leuker worden!

Geluk….dat verdien je niet

Wij krijgen allemaal een aantal levenswijsheden van onze ouders mee. Misschien heb je er al meteen één of twee in je hoofd, nu je dit zo leest. Ik hoor mijn vader nog zo zeggen: ‘regeren is vooruitdenken’ of ‘eerst kijken, dan denken, doen’! We krijgen ook bepaalde instellingen in het leven via onze cultuur mee. Wij Nederlanders zijn nuchtere types, harde werkers, die van ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’.

Of je je er nou van bewust bent of niet, deze wijsheden bepalen voor een groot deel hoe je reageert op een situatie en wat jij als waardevol beschouwt. En een van de meest beperkende wijsheden allertijden is toch wel

Geluk dat moet je verdienen (bijvoorbeeld door hard te werken) 
Er zijn al heel wat cliënten en deelnemers van mijn opleidingen stukgelopen op de bovenstaande ‘wijsheid’, want
  • Het leven is nou eenmaal niet eerlijk. Harde werkers, eerlijke mensen, bescheiden mensen…ze worden er niet voor beloond dat ze dit doen (behalve misschien met een gevoel van zelfvoldoening). 
  • Er zijn legio mensen die heel veel geluk hebben en er nooit ook maar iets voor hebben gedaan. 
Laatst zat er een blije cliënt tegenover mij. In het coachtraject wilde zij haar zelfvertrouwen verbeteren. Ze zat ten tijde van de start op een rapportcijfer 3,5 en ze wilde naar een 7 toewerken. Hoeveel is het nu vroeg ik…ze dacht even na: ‘Eigenlijk is het nu vaak een 8.’ Ze was even stil en zei toen…’Eigenlijk wilde ik ook een 8, maar dat heb ik niet gezegd, want dan lijk ik zo hebberig.’ Ik vroeg haar of ze geloofd had dat ze na vijf bijeenkomsten op een 8 zou zitten, als ik haar dat van te voren had verteld? Nee, absoluut niet! Nee natuurlijk niet, want voor geluk moet je hard werken en dat is ook vaak een heeeeeeel lang proces. 
Nou ben ik niet onbekend met mijn eigen zielenwendselen, ik heb ze regelmatig moeten onderzoeken voor mijn opleidingen in coaching. Maar ik schrik zelfs van hoe diep deze ‘wijsheid’ bij mij geïnstalleerd is. Het gaat mij goed….zo goed dat ik bang ben dat er iets gaat gebeuren….
Ik ben bijna thuis en rij met mijn auto de straat in, ik kijk naar mijn huis en ben zo dankbaar voor mijn gezin, relatie en bedrijf. Ik ben aan het genieten.. EN DAN… doemen er ineens allerlei noodscenario’s op in mijn hoofd. Dit kan niet goed blijven gaan, binnenkort zal er vast iets gebeuren. Ergens voelt het alsof ik geen recht heb op zoveel geluk, alsof ik iets zou moeten inleveren om daarvan te mogen genieten. 
In plaats van de doemscenario’s nog enige ruimte te geven, draai ik het in mijn hoofd om:
Ik heb recht op al het geluk dat mij ten deel valt en ik zal er van genieten ook. 
Dus als je me zoekt…ik ben ergens op de hoek van ‘Boulevard van genot’ en ‘Het optimistische laantje’, de hoofdweg ‘Verdiend geluk’ is gesloten wegens wegwerkzaamheden.

Dieren gaan beter met stress om

We denken altijd wel dat wel dat we een stuk meer ontwikkeld zijn dan dieren. En op sommige vlakken is dat ook zo. Het cognitieve gedeelte van ons brein zorgt ervoor dat we, anders dan dieren, onze omgeving intensief kunnen beïnvloeden. Maar als het gaat om stress dan kunnen we nog wat van dieren leren.

De natuur is hard! Overleven is niet altijd gemakkelijk en daarom hebben dieren en mensen drie reacties op angst:

  • Vechten (fight)
  • Vluchten (flight)
  • Bevriezen (freeze)
Je slaat bijvoorbeeld instinctief van je af wanneer iemand je van je tas probeert te beroven, je springt weg voor een auto die je niet hebt gezien of je houd je klein en stil bij inbrekers in je huis. De beslissing over wat je gaat doen is geen bewuste. Je hebt geen tijd en jouw onbewuste maakt de instinctieve reactie om er voor te zorgen dat jij overleeft. En wat doen dieren daarna precies anders? Wanneer ze geconfronteerd worden met een bedreigende / angstige situatie, dan nemen ze daarna de tijd om daarvan te herstellen. Ze trekken zich terug op een rustige, veilige plek tot het lichaam weer optimaal kan functioneren. 
Maar ik kom niet dagelijks in een bedreigende angstige situatie denk je misschien? Dat klopt, maar bij de moderne mens ontstaan steeds meer angsten die niet levensbedreigend zijn maar wel zo heftig worden ervaren:
  • De angst om afgewezen te worden
  • De angst om te falen
  • De angst om niet goed genoeg te zijn
  • De angst om alleen te zijn
We reageren in feite nog steeds alsof we moeten overleven: we gaan het gevecht aan en proberen om iets te doen dat voorkomt dat onze angst werkelijkheid wordt (fight), we gaan situaties vermijden (flight) waarin we met onze angst geconfronteerd zouden kunnen worden of we doen helemaal niets (freeze), behalve ons verschrikkelijk voelen. Het enige wat we niet doen is onszelf de tijd geven om te herstellen. 
Ben je bang? Heb je gevochten, gevlucht of bevroren? Zorg dat je daarna de tijd neemt om te herstellen. Wanneer je dat niet doet, heb je een grote kans dat je in een burn-out beland. De meest voorkomende klachten bij een burn-out zijn lichamelijke uitputting, niet meer op kunnen laden, concentratie- en geheugenklachten, gevoelens van incompetentie en kwaadheid, gevoel van falen, slaapproblemen, piekeren, gespannen zijn en nergens meer toe kunnen komen. Daarnaast zijn er ook pijnklachten zoals hoofdpijn, maagpijn en/of spierpijn. Mensen met een burn-out wachten vaak pas tot dit moment met het vragen om hulp, vaak is er een gevoel van schaamte en falen.(bron klachten/symptonen: GGZ)
Misschien is deze Oosters gezegde wel het meest treffend: mediteer 20 minuten per dag, behalve als je het druk hebt, mediteer dan een uur.

Vergeef nooit ten koste van jezelf

Het is tegenwoordig een populaire gedachte dat het goed is om alles te vergeven. Wanneer je het iemand hebt vergeven, dan valt de lading weg. Je wordt niet meer geplaagd door het voorval dat of de persoon die jou heeft benadeeld. Je kan weer lekker door met je leven. Je bent weer helemaal een zen-boeddhist boven op jouw eigen Happinez bergje.  In vele gevallen is vergeving helaas een rookgordijn geworden voor mensen die hun grenzen niet kunnen of willen bewaken.

Vergeving is een geschenk
De taal geeft ons al een eerste clou. Vergeving wordt geschonken. Als iemand die vergeving niet wil hebben of niet op waarde schat, dan valt er dus niets te schenken. Geef je iemand bijvoorbeeld een verkreukeld snoeppapiertje, dan zal deze hem waarschijnlijk weigeren of alleen uit beleefdheid aanpakken (en vervolgens weggooien).

Je laatste snoepje
In de jaren negentig had je een leuke reclame van Rolo met de slogan: ‘Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet.’ In de reclame was iemand zich aan het verlekkeren op het laatste chocolaatje die, op het moment voor die naar de mond ging, werd afgepakt. Laten we dit voorbeeld nou eens als metafoor nemen voor vergeving. Het pakken van dat laatste, lekkere, chocolaatje is iets vervelends wat de ander opzettelijk doet. Vervolgens zijn er twee scenario’s van hoe vergeving tegenwoordig worden toegepast:

1) Vergeving wordt gegeven, maar niet gevraagd
De ander lijkt er niet mee te zitten dat jij het erg vindt dat hij of zij jouw laatste chocolaatje heeft afgepakt. Jij zegt vervolgens: maar toch vergeef ik jou, want dan kan ik het achter mij laten. Hoezo? Wat laat je dan achter. De lading van het voorval is nog steeds hetzelfde. Je hebt het alleen onder een net ‘vergeefkleedje’ geschoven, zodat je er niet meer naar hoeft te kijken.

2) Vergeving wordt onmiddellijk gegeven
Terwijl de ander het chocolaatje uit jouw hand heeft gegrist en er lekker van zit te genieten zeg jij al: ‘Het maakt niet uit hoor.’ Je hebt de ander hiermee niet eens laten weten dat je het erg vindt. Sterker nog, je maakt het voor de ander zo gemakkelijk dat het in de toekomst zo nog maar eens zou kunnen gebeuren. Er zitten toch geen consequenties aan!

Grenzen stellen
Wat we tegenwoordig niet genoeg doen en met vergeving proberen te verdoezelen is grenzen stellen. Iemand doet iets wat je niet leuk vindt en in plaats van dat aangeven, verpak je het in een gezellig mooi papiertje van vergeving. Dat is makkelijker dan een confrontatie aangaan. Met grenzen aangeven is echter helemaal niets mis. Het is de angst wat anderen gaan doen als we grenzen stellen die ons op de proef stelt. Als iemand jou niet belangrijk genoeg vindt om jouw (meest fundamentele) grenzen te respecteren, heeft die dan wel een plaats in jouw leven? Heb je dan echt liever iemand die steeds jouw laatste chocolaatje pakt, omdat je bang bent voor wat er gebeurt als die persoon er niet is? In ieder geval heb je dan wel je eigen chocolaatje om van te genieten.

Erkenning
Vergeving is alleen een geschenk als de ander een erkenning van de waarde ervan geeft. Bij voorkeur vraagt de ander om vergeving en doet hij of zij een poging om de geleden schade goed te maken. Alleen dan is er ruimte voor heling, voor verwerking. Erkent de ander de waarde niet? Dan is niet vergeving het juiste woord, maar acceptatie. Het enige wat je dan rest is accepteren dat de situatie niet was wat je had gehoopt en dat de persoon geen plaats heeft in jouw leven. Je zit dan weliswaar misschien niet op je Happinez bergje maar in een dal. Echter is dat een dal waar je zelf uit kan klimmen en nooit meer hoeft terug te komen. Overigens kan je in een dal ook best mooie dingen vinden!

Spoken uit het verleden

We hebben allemaal ‘spoken’ uit het verleden. Herinneringen die ons af en toe komen plagen, vooral op het moment dat we dat helemaal niet willen. Vaak gaan ze gepaard met angst. Angst om niet nog een keer mee te maken, wat er al eens eerder is overkomen. Wat er is voorgevallen heeft ons gekwetst of pijn gedaan en de angst wil ons daar tegen beschermen. Maar het dubbele aan deze angst is, dat het ons ook tegenhoudt om het tegendeel te bewijzen.

Ik werk als coach met deze angsten. Ik help ze onderzoeken en de cliënt te laten bepalen of ze nog bruikbaar zijn. Dat onderzoeken vereist een goede dosis moed, want wie heeft er nou zin om de plaatsen en gebeurtenissen uit het verleden te bezoeken waar je nou juist niet meer wilt zijn? Wie wil zich opnieuw kwetsbaar voelen? Juist omdat die angst een gevangenis voor je bouwt! Door de angst recht in de ogen te kijken, bevrijd je jezelf van de verlammende werking. Het geeft ruimte en vrijheid als je de les van zelfbescherming meeneemt, maar de angst achterlaat waar het hoort: in het verleden.

Gisteren lag ik bij de tandarts voor een intensieve behandeling. Ik werd netjes verdoofd en bleef ook rustig onder de niet zo comfortabele omstandigheden. Tot de tandarts een deur naar het verleden opende en er een spook ontsnapte. ‘We hebben nog net tijd om dat kleine gaatje aan de andere zijde te doen, die kan makkelijk zonder verdoving.’, zei hij. En plop, daar ging ik….terug naar een moment dat ik rond de 12 jaar was.

Ik lag op de stoel bij onze vaste tandarts. Hij vertelde mij dat er een klein gaatje zat en dat die zonder verdoving makkelijk geboord kon worden. Vanaf het moment dat de boor mijn tand raakte, veerde ik op in de stoel. Dat deed pijn! De tandarts bleef doorgaan, ondanks mijn jammerklacht. ‘Nee!’, riep ik. ‘Ik wil niet verder, dit doet te veel pijn.’. De tandarts werd vervolgens boos op mij. ‘Wat een baby ben jij zeg.’, zei hij. ‘Schrijf maar op haar kaart dat ze voor alles voortaan verdoofd moet worden.’, vervolgde hij tegen de assistente. Die zin bleef hangen, daarna heb ik nooit meer zonder verdoving gedurfd. Het zat geëtst in mijn zelfbeeld: ik ben iemand die niet goed tegen pijn kan.

Nu stond het spook recht tegenover mij, in de behandelkamer van een andere tandarts. Wat het van dit spook won? Dat ik inmiddels heb geleerd dat, wanneer ik de strijd aanga, overwin. Met mij stonden alle mensen die met mij samen hun angsten hadden onderzocht en waren aangegaan. Nu was het mijn beurt. Practice what you preach! Deze tandarts gaf mij de ruimte om mijn angst te overwinnen. Hij zei: ‘Probeer het gewoon, als het niet lukt dan stoppen we.’ En daar koos ik voor.

De boor raakte mijn onverdoofde tand en mijn spieren spanden zich aan in de verwachting van pijn, maar die bleef uit! Ook al bleef de spanning in mijn lijf hangen, mijn geest ontspande in een tevreden gepruttel. Ik had overwonnen! Het laatste stukje deed een beetje pijn, maar dit was te hebben. De tandarts vertelde later dat het echt per keer verschilt en vooral wordt bepaald hoe dicht het gaatje bij een zenuwuiteinde zit. En zo bleek het spook van mijn angst, zoals altijd, groter te zijn dan hij leek. Nu was het nog een gezellig klein Casper het spookje, die van mij best aanwezig mag zijn de volgende keer dat ik geboord wordt, want met voorzichtigheid is niets mis.

En net zoals die tandarts sta ik mijn cliënten bij wanneer er een spook opduikt. Probeer het gewoon uit, als het niet lukt stoppen we. En wat blijkt? Er zijn al heel wat spoken gekrompen in mijn kantoor. Misschien moet ik op mijn kaartje voortaan maar ‘ghostbuster’ zetten 😉