Wat moet je nu met een leven vol prikkels?

Gepubliceerd door Eliane Reehuis op

Het leven is rijk aan prikkels! Voor de één een zegen en voor de ander een vloek. Prikkels (ook wel sensorische informatie) bereiken ons brein via onze zintuigen. Ons brein heeft deze informatiebron nodig als brandstof. Toch krijgen we vaak te veel of te weinig prikkels binnen. Dat vindt ons brein niet prettig. Het leidt tot overprikkeling (in extreem een burn-out, emotionele en fysieke uitputting) of onderprikkeling (in extreem een bore-out, extreme verveling die kan resulteren in symptomen die vergelijkbaar zijn met een burn-out zoals vermoeidheid en depressie). Hoe jouw brein de prikkels verwerkt is een belangrijk puzzelstukje in de persoonlijke ontwikkeling.

Prikkeldrempel

De prikkeldrempel geeft aan hoeveel sensorische informatie de hersenen nodig hebben. Mensen met een hoge drempel hebben veel meer sensorische input nodig, voordat ze doorhebben wat er gaande is. Mensen met een lage prikkeldrempel hebben minder prikkels nodig om op te merken wat er gebeurd. Dit kan zelfs per zintuig verschillen. Je kunt bijvoorbeeld een lage drempel hebben voor het visuele zintuig (zien met de ogen). Beelden, licht, kleuren merk je dan snel op. Terwijl je voor geluid een hoge drempel hebt. Je merkt bijvoorbeeld niet op dat de vaatwasser aan het draaien is, terwijl een ander daar zelfs last van heeft.

crop woman with lighter and tongue out
Wat voor de één teveel is, is voor de ander juist stimulerend, foto via Pexels.com

Regulatie

Reguleren gaat over hoe je met de prikkels omgaat. Sta je ze toe? Doe je er iets mee? Actieve zelfregulatie geeft aan dat je als mens zelf wat doet om prikkels toe te voegen of juist te weren. Je kunt dan denken aan mensen die gaan fluiten, omdat het stil is (toevoegen). Of aan mensen die de televisie uit zetten, omdat het ze stoort tijdens een telefoongesprek (weren). Passieve zelfregulatie betekent dat je dingen laat gebeuren en er dan op reageert.

Types

Op basis van de prikkeldrempel en de manier van hoe je er mee omgaat (actieve of passieve regulatie) kan er een type (sensorisch patroon) worden gekoppeld. Het model van Dunn (1997) maakt onderscheid tussen vier soorten types:

De vier types: zoeker, vermijder, sensor en toeschouwer in beeld gebracht op de assen hoge en lage prikkeldrempel en actieve of passieve regulatie
De vier verschillende types, tekening door Eliane

Zoeker

Creëren opwinding en verandering om zich heen. Je wilt de hoeveelheid sensorische informatie die je ontvangt reguleren. Wat houd jij van prikkels (kan veel hebben, hoge prikkeldrempel)! Het liefst creëer je ze wanneer dat maar kan. Je voegt bijvoorbeeld beweging of geluid toe aan wat je doet. Ook een stimulerende inrichting en kleurige kleding kunnen jouw goedkeuring wegdragen. Op sportgebied houd je van opwinding en afwisseling. Je kunt veel hebben. Voor anderen (met een lagere prikkeldrempel) kun je echter wel eens ‘too much’ zijn.

Toeschouwer

Gemakkelijk in de omgang en kan zelfs focussen in een drukke omgeving. Je mist sensorische informatie uit jouw omgeving (door de hoge prikkeldrempel). Omdat je dit over het hoofd ziet, maak je je ook niet zo snel druk. Dat maakt jou prettig in de omgang, maar soms ook irritant. Je kan te dicht bij mensen staan (zonder het door te hebben) of ergens zomaar tegenaan stoten.

Vermijder

Creëren routines om het leven rustig en beheersbaar te houden. Je krijgt veel en snel prikkels (lage prikkeldrempel) binnen die je graag zelf in de hand wilt houden (actieve regulatie). Je houdt daardoor graag zaken bij hetzelfde. Daardoor is het leven bij en met jou rustig en ordelijk. Je houdt niet van verrassingen en grote menigten. Als er iemand naast jou zit met een sterk parfum, dan kan het zijn dat je opstaat en ergens anders gaat zitten.

Sensor

Merken op wat er gaande is en hebben duidelijke ideeën over hoe situaties aangepakt mogen worden. Door een lage prikkeldrempel merk je alles op wat er om je heen gebeurt. Je raakt daardoor snel afgeleid. Ook kun je worden overgenomen door jouw zintuigen: hoe iets proeft, voelt, details etc. Je wilt daardoor misschien dingen ook precies naar jouw smaak hebben, wat de rest van jouw omgeving niet per se in dank zal afnemen.

* Boekentip: leven met sensaties, begrijp je zintuigen van Winnie Dunn

Opgroeien met prikkels

Op kinderen wordt in de ontwikkeling gelet op de sensorische ontwikkeling. Wanneer ze opgroeien lopen de zintuigen nog door elkaar. Zo zal een peuter snel dingen in de mond stoppen om ze te voelen en proeven. Later leert het meer de handen en de ogen gebruiken, deels door opvoeding. Als volwassene vergeten we vaak wat de rol is van sensorische prikkels. We merken alleen dat we niet lekker (meer) functioneren. In sommige gevallen worden mensen zelfs met een burn-out gediagnosticeerd, terwijl het in feite een bore-out is.

In de praktijk

Wij kijken daarom altijd naar de manier waarop het brein prikkels verwerkt. Bijvoorbeeld voor het ervaringsleren, zoals ReflAction en Kickstart. We vragen dan de sensorische verwerking met betrekking tot bewegen uit en informeren de instructeurs over de prikkeldrempel en regulatie. Concreet betekent dit dat we de beweging en prikkels voor de één stimuleren en voor de ander juist afremmen. Op die manier kan het brein, wat er aangeboden wordt, beter verwerken. In de NLP opleiding leer je zelf ook hoe het brein prikkels verwerkt. Op nog veel meer manieren dan alleen de sensorische verwerking. En dat helpt mensen om zichzelf beter te begrijpen en grenzen te bewaken.



0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.