Cliffhanging

Het was een warme zomerdag in juni 2005 dat ik samen met mijn latere ex-man tegenover de arts zat in TerGooi Ziekenhuis in Blaricum. De dag ervoor hadden ze onderzoeken bij mij gedaan en het zinde me niets dat ik de volgende dag al kon terugkomen. De arts keek mij op een manier aan die ik later zou herkennen als: ik heb slecht nieuws maar ik weet niet hoe ik dit moet gaan zeggen.

U heeft kanker, zei hij toen maar direct. Het drong niet tot me door. Ik hoorde mijn latere ex-man naast me verschuiven op zijn stoel. Het leek alsof de tijd stilstond. De arts ging door met vertellen over aanvullende testen, mogelijke behandelingen, ziekenhuizen die beter zouden kunnen helpen, prognoses. ‘Is het zo erg dan?’, hoor ik mezelf vragen. Weer die blik. Wij kunnen dat hier niet in een perifeer ziekenhuis behandelen, antwoordde hij met doktersjargon ontwijkend.

Met lood in mijn schoenen ging ik naar huis. Ik weet nog hoe ik de achtertuin van mijn ouders inliep en ze samen binnen aan tafel zag zitten met een kopje thee. Alleen het glas van het raam scheidde hun zorgeloze moment met mijn naderende onheil. ‘Godverdomme!’, riep mijn vader toen ik het vertelde. Hij bleef het huilend herhalen terwijl mijn moeder er verslagen bij zat. Ze zijn allebei gelovig, wat je misschien een idee geeft van de lading van dat moment.

De rest ging in een sneltreinvaart. Ik kwam bij het VU in Amsterdam waar ik onmiddellijk moest beginnen aan hoge dosis chemokuren binnen een groot internationaal onderzoek. Ik was totaal lamgeslagen en voelde me vooral schuldig naar de mensen om mij heen, dat ze zoveel verdriet hadden van het feit dat ik mogelijk snel deze wereld zou verlaten.

En de stroom van mensen kwam op gang die mij gingen adviseren wat ik allemaal moest doen. Doktoren, zusters, andere patiënten, de patiëntenvereniging, vrienden, familie, bekenden en ga zo maar door. Ik werd er helemaal dol van! In het angstige licht van de naderende misère, wist ik niet waar ik op kon vertrouwen. Ik kreeg adviezen die varieerden van neem een andere dokter tot neem geen behandeling en drink paardenmelk. Allemaal goed bedoeld, maar het was totaal niet meer te overzien.

Ik was toen 25 en wat wist ik nou van het leven? Of hoe je kan leren vertrouwen op jezelf? Een paar jaar geleden herhaalde deze geschiedenis zich voor mijn oudste nicht Monica. Nadat ze haar rug brak bleek ze de ziekte van Kahler te hebben (een kanker aan het beenmerg). Sinds mijn ziekte had ik een hele dierbare band met haar opgebouwd, ze was één van de mensen wiens oordeel en steun ik op vertrouwde in die tijd. Nu waren de rollen omgekeerd. Er ontstond tijdens haar ziekteproces een mailwisseling. Zij was al in de vijftig toen ze de diagnose kreeg en ze is als laborante/analyste geschoold maar heeft zich later veel meer verdiept in de alternatieve geneeswijzen. Zij durfde haar eigen weg te bewandelen, soms dwars tegen de adviezen in.

We zijn er allebei nog en hebben onze ‘chemische doop’ doorstaan. En het mooie is dat onze mailwisseling de rode draad is geworden van een boek wat ze schreef over het hele proces. Cliffhanging – de waanzin voorbij. Ze schrijft over hoe je op jouw hart kan vertrouwen in het licht van een levensbedreigende ziekte.

Ziekte discrimineert niet! Wat ik hier schrijf had jou ook kunnen overkomen of kan je nog overkomen. Wat je dan vooral nodig hebt, ben JEZELF. En als je dan wat extra inzicht wilt hebben hoe je dat kunt doen, dan beveel ik je van harte haar boek aan. Overigens raad ik het anderen ook aan die een partner, familielid of vriend(in ) hebben die hiermee geconfronteerd wordt. Je kunt het bestellen via deze link:

Monica’s boek: Cliffhanging – de waanzin voorbij

Foto: tijdens de boekpresentatie bij de uitgever in Harderwijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.